Ik kan beter een slakkenkwekerij beginnen in mijn moestuin. Meer slakken dan boontjes.
Ik heb duidelijk nog niet goed gesport sinds de bevalling. Tijdens het schoffelen en onkruid wieden in mijn moestuin voel ik dat mijn buikspieren nodig eens aangepakt moeten worden.
De moestuin moet ook eens flink aangepakt worden, want van mijn geplande groenten is – nu al, nog maar een maand na aanvang – de helft mislukt.
Slakken. Vieze, smerige, donkere, huisloze slakken hebben de kiemen van de peultjes, de slaplantjes en de brocolli al helemaal opgegeten. Het ergste vind ik dat van de boontjes maar één plantje de kop op heeft gestoken. En zelfs die blaadjes zijn al half aangevreten.
Boontjes lukken altijd. Dat is mijn enige garantie in de moestuin, dus ze mogen me dit jaar niet laten zitten. Mijn moestuin mag dan wel helemaal eco zijn, ik moet toch maar eens op zoek naar de minst schadelijke slakkenverschrikkers. Want een oogst zonder boontjes kan niet en mag niet.
Peuter wil ook wel helpen. Dat mocht één keer. Totdat hij enthousiast slakken op plantjes begon te zetten omdat ze honger hebben en niet zo hard kunnen lopen. ‘Slak ook eten’.
‘Ja, maar niet in mama’s moestuin.’
‘Wilma tuin?’ (de buurvrouw dus)
‘Verleidelijk, maar nee, laten we dat maar niet doen’.
Ik doe gewoon nog een poging met de boontjes. Op het zakje staat dat ze tot eind juni gezaaid kunnen worden, dus 1 juli lijkt me ruimschoots voldoende. Ik was braaf overgestapt op een merk met EKO-certificering. Maar die vinden slakken blijkbaar echt lekker. Dus ik keer weer terug naar mijn vertrouwde niet gecertificeerde merk. Op 1 juli kan ik geen risico’s meer nemen.
De enige oogst tot nu toe is een handvol radijsjes. Daar kunnen we geen avond van eten. Dus ik pak eerst maar weer een doos spinazie a la creme uit de diepvries. Misschien krijg ik dan ook direct spierballen om de moestuin verder te onthouden. En dan maar bidden voor boontjes.







